Hij was een toegewijde van de koning, onwankelbaar gekleurd in de liefde voor de Heer.280.
Het regent hevig,
(Maar toch) neemt hij niet de haver van de deur van het huis.
Dieren en vogels van alle richtingen
Vanwege de hevige regen gingen alle dieren en vogels vanuit verschillende richtingen naar hun huizen om te schuilen.281.
Het steunt op één hoop.
Eén voet (op) Virkat (staat).
(Hij) heeft een zwaard in zijn hand genomen
Hij stond afstandelijk op één voet en nam zijn zwaard in één van zijn handen. Hij zag er buitengewoon glanzend uit.282.
Niemand anders' bedoeling in gedachten,
Slechts één ontwikkelaar (Swami) heeft chow in Chit.
Als je zo op één been staat,
Er was geen ander idee in zijn hoofd dan dat van zijn meester en hij stond op één voet als een colonne die op het slagveld stond.283.
De grond waarop (hij) voet heeft gezet,
Waar hij zijn voet ook plaatste, hij zette hem stevig vast
De plaats bewoog niet.
Bij hem thuis werd hij niet nat en toen hij hem zag, zweeg de wijze Dutt.
Shiromani Muni zag hem
De wijze zag hem en hij leek hem een deel van een smetteloze maan
Wetende (die dienaar) viel de Guru aan zijn voeten
De wijze die zijn verlegenheid achter zich liet en hem als zijn Guru accepteerde, viel aan zijn voeten.
Hem kennen als Gurudev is onbesmet
En van Abhev Dutt
De geest was doordrenkt van zijn sap
De onberispelijke Dutt accepteerde hem als zijn goeroe, nam zijn geest in beslag in zijn liefde en adopteerde hem op deze manier als de dertiende goeroe.286.
Einde van de beschrijving van de dertiende goeroe.
Nu begint de beschrijving van de veertiende goeroe
RASAAVAL STANZA
Datta Raja ging verder
Zien (wie) zonden worden verdreven.
Wie (hem) zoveel mogelijk zag,
Dutt ging verder en zag van wie de zonden wegliepen. Iedereen die hem zag, zag hem als zijn goeroe.287.
Een groot licht scheen op (zijn) gezicht
Zien (wie) de zonden op de vlucht waren.
(Zijn gezicht) was versierd met een grote uitstraling
Toen ze die glanzende en glorieuze wijze zagen, renden de zonden weg en als er iemand was zoals de grat Shiva, dan was het alleen Dutt.288.
Wie ook maar een klein beetje zag,
Iedereen die hem zag, zag de god van de liefde in hem
Hij staat terecht bekend als goddelijk
Hij beschouwde hem als Brahman en vernietigde zijn dualiteit.289.
Alle vrouwen zijn jaloers (op hem).
Alle vrouwen werden verleid door die grote en illustere Dutt en
Nederlagen kunnen ze niet verwerken
Zij maakten zich geen zorgen over kleding en versieringen.290.
(Om Dutt te zien) Ze is zo weggelopen
Ze renden als een boot die zich voortbewoog in de stroom
Jong, oud en meisjes (waaronder)
Geen van de jongeren, ouderen en minderjarigen bleef achter.291.