Er gebeurde plotseling iets mee.
Hij leefde (gewoon) en stierf (zomaar). 22.
En of er nu iets in mij zat
En als de Veda’s waar zijn,
Dus nu doe ik boete voor Radru.
Ik zorg ervoor dat het leeft of sterft (ermee). 23.
Jullie zitten nu allemaal op deze patio
Aanbid altijd Shiva.
Ik neem het mee naar binnen
En ik leef weer door Shiva voortdurend te aanbidden. 24.
Ouders zaten in de tuin
En riep alle wachters en opperhoofden bijeen.
(Ze nam de wens van de echtgenoot over en ging dat huis binnen
Waar de vriend verborgen werd gehouden. 25.
Hij ging naar dat huis en sloot de deur goed
En begon gelukkig met de vriend te spelen.
Aan de deur zaten mensen, waaronder de koning.
(Maar hij) kon niets bedenken om te scheiden. 26.
In hun hoofd begrepen ze allemaal hetzelfde
En we verwachtten de Shiva-puja van het dochterschap
Dat we vandaag de waarheid ervan zullen zien
En alleen dan zullen we slechte of goede dingen zeggen. 27.
Als deze Raj Kumari opgaat in de (aanbidding van) Rudra
En als het zich in zijn voeten verdiept,
Dan zal het niet lang duren voordat de echtgenoot tot leven komt
En door 'Shiva Shiva' te doen, komen de doden weer tot leven. 28.
(Ze waren allemaal) aan het nadenken over de deur.
Daar was Raj Kumari samen met haar vriendin bezig met rati-kira.
(Ze) maakten lawaai terwijl ze zich om hen heen wikkelden,
Dus ze (buiten zitten) denken dat ze (om Shiva te plezieren) geiten roept. 29.
(Ze) begroeven hem door een gat in de aarde te graven
En er werden geen botten weggelaten.
(Dan) zijn vriend meenemend
Terwijl ze dit zei, bracht ze het naar buiten. 30.
Toen ik Rudra opmerkte
Dus Shiva vertelde me dit:
O dochter, de geest smeekt om water ('Brambruh').
Wat er op dit moment ook in je hart opkomt. 31.
Toen zei ik dat het mijn mening was
Ik lig aan jouw voeten, breng dan (mijn) man weer tot leven.
Toen zei Shiva aldus:
O Rajan! Je zou dit als de waarheid moeten begrijpen. 32.
dubbel:
Ik heb het mooier en jeugdiger gemaakt dan voorheen.
Door de genade van Heer Shiva is (mijn) man levend geworden. 33.
vierentwintig:
Iedereen accepteerde dit woord als waar
En begreep ook het woord van Shiva als waar.
Toen verliet die schoonheid de angst van de geest