onbuigzaam:
O mijn geliefde Rajan! Luister, doe mijn (ene) ding.
Laat wat geld achter en neem al mijn schatten.
Graaf de aarde op en bouw eronder een klooster ('mandapa').
(Dat) het klooster niet (van bovenaf) te zien is, alleen de grond is te vinden. 7.
Toen liet hij (wat) spaargeld achter en nam Amit Dhan mee.
De grond werd afgegraven en eronder werd een klooster gebouwd.
Geen enkele wijze man kon dat klooster zien.
Voor de geest leek ze de rest van de aarde. 8.
vierentwintig:
(Dat) de koning heette Rani Rose.
(Met hem) speelde ze Kelkrida.
Hij was erg op haar gesteld,
Alsof hij het had verkregen door zeven rondes te doen (dus getrouwd) ॥9॥
Wanneer de koning weggaat na het verrichten van seksuele handelingen
Dan zou Rani Jogi hebben gebeld.
Ze vierde Rati altijd met hem.
Maar de dwaze koning kan dit geheim niet begrijpen. 10.
Op een dag werd de koning (Bhudhar Singh) gekweld door lust
En de koningin kwam onuitgenodigd.
(Hij) zag die vrouw werken.
(Dus) er ontstond veel woede in zijn geest. 11.
onbuigzaam:
(Hier) zag de wellustige Rani hem ook.
Hij werd vastgebonden met touwen en verbrand.
Toen zei hij tegen Kripa Nath (Jogi):
O grote Nath! Wat ik charitra noem, dat is wat je doet. 12.
vierentwintig:
(Ik zal) eten en drinken voor je neerleggen
En ik zal de deuren van het klooster sluiten.
Dan zal ik de grond opgraven en een ander personage laten zien
En zal de koning (Bikram Singh) op de been brengen. 13.
Dit zeggende sloot hij de deur
En hij stapelde as (vibhuti) voor hem op.
Hij ging het aan de koning vertellen
Dat ik een droom heb gezien terwijl ik sliep. 14.
In een droom heb ik een Jogi gezien.
Hij vertelde mij zo,
Graaf de grond op en schakel mij uit.
(Door dit te doen) zul je enorm verheerlijkt worden. 15.
Bhudhar Raje wordt ook ingezet om te graven.
(gezien dit) zijn gekomen en hebben het je verteld.
Ga jij daar met mij heen (en zie)
Wat gebeurt daar. 16.
Door dit zo te zeggen bracht zij de koning mee
En plaatste de vrouwen (pillen) bij het graven van de aarde.
Toen daar (de koning) een klooster zag
Dus noemde de man de vrouw gezegend. 17.
Toen hij Jogi zag, kwam (één) Sakhi aanrennen
En omhelsde de voeten van de koning.
Ze begonnen dat te zeggen toen (Jogi) zijn ogen opende
Toen werd de koning (Bhudhar) verteerd. 18.
Toen zei de koningin aldus:
O koning, dierbaar voor mijn ziel! luisteren,
Daar (jij) laat mij eerst gaan.
Later kom je zelf. 19.
Terwijl hij dit zei, ging Rani erheen
En speelde met hem (Jogi).
Daarna werd de koning daarheen gebracht
En de schaduw van Jogi verscheen. 20.
Toen zei de Jogi aldus:
Ganga stroomt nu bij jou in de buurt.
Laat me zijn water zien
En neem mijn verdriet weg. 21.
Toen de koning dit hoorde
Dus bracht hij de Ganga-Jal mee.
Toen (de jogi) zag dat het water werd gebracht,
Toen sprak ik zo. 22.
(De jogi) liet de melk (die in) zijn badkuip lag
En noemde het Ganga-Jal.
(Dan) zeggend (ik weet het niet) wat er met Ganga is gebeurd.
Vroeger was het melk (‘pai’), nu is het water geworden. 23.