Ergens lagen de gedode helden op de grond. 137.
Terwijl er veel bloeddruppels op de grond vielen,
Zoals veel reuzen de vorm van banken aannamen.
(Ze) komen van alle vier de kanten
En omdat hij erg boos was, begon hij 'dood, dood' te schreeuwen. 138.
Toen er veel reuzen kwamen, werden ze gedood door hongersnood.
Het bloed begon over de aarde te stromen.
(Van dat bloed) stonden machtige reuzen op met harnas.
De klanken van 'Maro Maro' begonnen van beide kanten te komen. 139.
Hathi Banke-krijgers droegen gopes en ijzeren handschoenen ('gulitran').
(Ze waren) erg eigenwijs, hard (te snijden), hard ('Rajile') en onbevreesd ('Nisake').
Hoeveel ridders marcheerden met knotsen in hun handen.
(Zij) kwamen vaak vechten in de oorlog en renden niet weg, zelfs niet met een halve meter achterstand. 140.
Ergens werden de soldaten gedood en lagen er bezuinigingen.
Ergens in het oorlogsgebied lagen paarden en parasols.
Er lagen ergens dode olifanten en kamelen
En ergens waren kale ruïnes en stokken. 141.
Ergens lagen de schedes van de zwaarden op de grond.
Ergens lagen Pramukh-krijgers ('Bani') op de grond en waren verliefd.
Ergens liepen de paarden los door de dood van hun berijders.
Ergens waren dieven en ergens logen slechte (vijanden). 142.
vierentwintig:
Dit soort oorlogen vonden daar plaats
Naar wie de vrouwen van de goden en reuzen keken.
Hoeveel olifanten zijn zonder oren geworden
En de slechte mensen werden dood. 143.
De grote krijgers schreeuwden 'doden' 'doden'
En de tanden vielen uit elkaar.
Dhol, Mridanga, Jang,
Machang, Upang en oorlogsklokken speelden. 144.
Op wiens lichaam de zwarte pijl sloeg,
Hij verpletterde hem daar.
Waarop hij in woede met het zwaard sloeg,
Zijn hoofd werd vroeger afgehakt. 145.
Er vond zo'n verschrikkelijke oorlog plaats.
Kal werd ook een beetje boos.
(Hij) wierp de reuzen omver door ze bij hun haar vast te houden
En sommigen gedood door een kirpan uit te schakelen. 146.
Daar werden veel reuzen gedood op het slagveld.
Hun lichamen werden in stukken gescheurd.
Nog steeds riepen ze 'Maro maro'.
Ze volgden niet eens één voet. 147.
Veel mensen vielen na het eten van ghumeri
En ze vielen in de vorm van verschrikkelijke vormen ('hagel') op de aarde.
(Desalniettemin) gaven ze de oorlog niet op en vluchtten niet,
Totdat de boze zielen niet weggingen. 148.
Velen droegen guraj en stroppen.
Hoevelen schoten strak met pijlen.
Hoe fel dansten de paarden in het veld.
Hoeveel helden vochten er in de woestijn. 149.
Hoeveel paarden dansten op het slagveld
En hoeveel brulden er op de melodie van 'Maro Maro'.
(Hij) is in gedachten erg boos
Ze vochten altijd met Maha Kaal. 150.
Terwijl veel krijgers boos naar voren kwamen,
Het Grote Tijdperk verbruikte evenveel.
Hun fruit en vlees vielen op de grond.
Veel meer reuzen dan hij namen een lichaam aan. 151.
De hoge leeftijd verteerde hen
En de aarde was besmeurd met bloed.
Talloze andere reuzen verrezen uit hem
En in tien richtingen begon 'Maro Maro' te huilen. 152.
Hoeveel armen zijn er afgehakt?
En duizenden lichamen zonder hoofd.
Hoeveel scheuren zijn er gevallen.
De geesten en de geesten begonnen samen te dansen. 153.
Op de hoofden van degenen die waren gegaan,
De helft van die jonge mannen werd gedood.
Ergens plunderden paarden en olifanten op de grond
En het geluid van het geluid van hoeven werd onder de aarde gehoord. 154.
Ergens op het slagveld vielen (de krijgers) neer.
Velen waren in wanhoop weggelopen (van de Rann).