Nadat ze de liefde had bedreven, stuurde ze hem weg. Toen haalde ze de vriendin eruit en gingen ze op het bed zitten.(7)
Ze bedreef de liefde met hem en de dwaze echtgenoot kon het niet onderscheiden.
(Hij) speelde voor de tweede keer met de vriend.
Ze had opnieuw seks met hem en niemand kon het merken.(8)(1)
Eenenveertigste gelijkenis van het gesprek van de veelbelovende christenen tussen de Raja en de minister, aangevuld met een zegen. (41)(765)
Dohira
In de stad Multan woonde vroeger een islamitische Peer-priester;
Omdat hij nee had, maakte hij zich zorgen over zijn oude dag.(1)
Arril
De naam van zijn vrouw was Rustam Kala en
Hij stond bekend als Sjeik Inayat
Omdat hij te oud was, kon hij de liefde niet bedrijven
Aanvang, moe, hij viel altijd.(2)
Chaupaee
Op een dag ging de vrouw naar de pir
Op een dag ging de vrouw naar de Peer en vertelde onophoudelijk huilend over haar aandoeningen.
Op een dag ging de vrouw naar de Peer en vertelde onophoudelijk huilend over haar aandoeningen.
Ze vroeg om één kruidnagel en verklaarde dat ze zwanger was.(3)
Hij gaf zich over aan Gods man (Derwisj).
Ze had gemeenschap met de god-mens en werd met geweld zwanger.
Na negen maanden werd een zoon geboren.
Toen na negen maanden een zoon werd geboren, verspreidden alle discipelen het gerucht:(4)
Dohira
'Toen de Peer haar zijn zegeningen had gegeven samen met een kruidnagel in haar hand,
'Door zijn welwillendheid werd haar een zoon geboren.'
Tweeënveertigste gelijkenis van het gesprek van de veelbelovende christenen tussen de Raja en de minister, aangevuld met een zegen. (42)(769)
Dohira
Nadat hij wat boodschappen had geregeld, ging een Pathan naar het Westen.
Daar kocht hij een slaaf die zo sluw was als de duivel.(1)
Chaupaee
(Dat) Pathan trouwde met een vrouw.
De Pathan trouwde met een vrouw, sliep met haar, maar hield niet van haar.
De slaaf zei tegen hem
De slaaf vertelde haar dat de testikels van haar man het waard zijn om op te kauwen.(2)
Arril
De naam van de Pathan was Mirza Khan.
Zijn vrouw stond bekend als Lady Sankhiya.
Ze woonden vroeger in Ghazipur.
Met gepaste tegenzin vertel ik jullie hun verhaal.(3)
Dohira.
Op een dag zei de slaaf zo tegen hem:
'Ik heb gehoord dat deze vrouw een heks is, waarom zou je bij haar in de buurt komen?'(4)
Arril
De slaaf ging naar de vrouwen en vertelde het
'Ik ben uw weldoener, en daarom ben ik gekomen,
'Als je man heerlijk slaapt,
Ga maar eens op zijn testikels kauwen.'(5)
Chaupaee