Ze stak de rivier over en kwam thuis
Nadat ze de beek was overgestoken, kwam ze thuis en ging liggen alsof een reptiel haar had gebeten.
Nadat ze de beek was overgestoken, kwam ze thuis en ging liggen alsof een reptiel haar had gebeten.
Kort daarna kwam Dogar, maar het arme meisje kende het geheim niet.(9)
Zo verstreek de tijd.
Een jaar verliep zo, en na een jaar kwam er een dag,
Toen sprak de dogar aldus:
Toen Dogar de vrouw vroeg om hem een plezier te doen,(10)
(Dogar zei-) O dame! Doe mij een klus
'Mevrouw, doe alstublieft een boodschap voor mij en haal melkboter van huis.'
Die vrouw zei dat ik niet ga.
Vrouw zei: 'Ik ga niet, want in het donker word ik bang.'(11)
Dogar zei dat het mij zeer spijt (omdat u het niet deed).
Dogar zei: 'Ik ben erg van streek, denk aan die dag,
Toen je de rivier overstak
'Toen jij de beek was overgestoken en na het wegspoelen kwam je vriend weer thuis.'(22)
'Toen jij de beek was overgestoken en na het wegspoelen kwam je vriend weer thuis.'(22)
Toen ze dit hoorde, was ze verontrust omdat hij al haar geheimen kende.
Dus (ik) vermoord gewoon deze man (echtgenoot).
'Waarom vermoord je hem dan nu niet en verklaar je dat een dief hem heeft vermoord?'(13)
Dohira
In huis, toen het donker was, haalde ze het zwaard tevoorschijn,
Om haar man te doden sloeg ze vijftig keer in het donker.(l4)
Maar toen hij de schittering van het zwaard zag, had hij zich al onder een buffel verborgen,
En door bedrog te voorkomen, bespaarde hij zichzelf alle verwondingen.(15)
Ze ging en zwom de beek over waar ze haar vriendin had weggespoeld.
Ze kon haar man geen pijn doen, maar ze toonde geen spijt.(l6)(1)
Zesendertigste gesprek met veelbelovende christenen tussen de Raja en de minister, aangevuld met zegen. (36) (695)
Dohira
De Minister van het Volk, na erover nagedacht te hebben,
Gerelateerd aan de zesendertigste Chritar met gepaste wijzigingen.(1)
Dat Dogar, heel kort geleden, zijn vrouw vermoordde...
Door een touw om haar keel te doen.(2)
Hij had het touw vastgebonden op het dak van de hut,
En terwijl hij zelf over het dak klom, begon hij te schreeuwen.(3)
Chaupaee
Hij riep alle mensen naar huis
Hij riep alle mensen bijeen en liet hen de verwondingen op zijn lichaam zien.
Toen verscheen er een vrouw aan hem
En toen liet hij hen het lichaam van de vrouw zien en huilde hardop.(4)
(En begon te zeggen) toen de vrouw mijn wonden zag
'Toen de vrouw mijn verwondingen zag, werd ze erg ongerust.
Ik werd door verschillende mensen afgeschrikt
'Ze duwde me opzij, deed touw om haar (keel) en liep richting de hemel.(5)
Dohira
'Omdat ik haar kalf wilde hebben, had de buffel mij geslagen,
'Hoe zou ik het kunnen uitleggen? Het sneed me als een zwaard.(6)
Chaupaee