Ze gingen (stierven) na gevechten en kwamen niet terug. 13.
Veel krijgers werden neergeschoten en stierven daar.
Ze vielen vechtend en de feeën trouwden (met hen).
Oproep-geïnspireerde krijgers stierven aan beide kanten.
(Shurvir) viel op de aarde en keerde niet meer terug. 14.
Van deze kant steeg de Heer van de Goden, Sat Sandhi, op
En van die kant werd Dirgh Dar boos.
Moedig met bliksemschichten en schorpioenen
Ze vielen op het slagveld na gevechten. 15.
Ergens waren Jogans en Yaksas blij
En ergens dansten geesten.
Kal ('Kali') schreeuwde 'Kah Kah'.
(Hij) voelde angst nadat hij het vreselijke geluid had gehoord. 16.
Ergens knarsten de reuzen met hun tanden,
Hoeveel (soldaten) braakten het bloed uit van degenen die in de strijd waren omgekomen.
Ergens sprak de jakhals vooraan
En ergens aten geesten en vampieren het vlees. 17.
Toen de koning van de demonen de 'Crachabyuh' bouwde (dwz militaire omheining in de vorm van een gehurkte ooievaar),
Toen creëerde de Heer der Goden de 'Skatabyuha' (dwz een militaire eenheid georganiseerd in de vorm van strijdwagens).
Er was een zeer bittere oorlog
En de machtige krijgers brulden. 18.
Ergens waren grote krijgers aan het vechten.
Sommige goden en sommige reuzen lagen dood.
Er waren zoveel helden gevallen op het slagveld
Dat er aan beide kanten geen enkele krijger meer over was. 19.
Als ik het seriële verhaal vertel
Ik ben dus bang dat de Schriften groot zullen worden.
Waar dertigduizend onaantastbare krijgers waren,
(Ze werden allemaal) boos en begonnen een oorlog. 20.
Commandanten stierven tijdens gevechten met commandanten.
Ruiters vernietigen ruiters.
De wagenmenners doodden de wagenmenners.
De olifanten stuurden de olifanten naar de hemel. 21.
Dalpatis vochten met Dalpatis.
Zo kwam het (hele) leger om.
(Die) koningen die achterbleven, vergrootten hun woede
Ze begonnen koppig te vechten. 22.
Koning der demonen en Heer der goden
Hij begon op veel manieren te vechten.
Mijn tong is niet sterk genoeg om (alles) te beschrijven.
Ik ben ook bang dat Granth groter wordt. 23.
Bhujang Prayat-vers:
Voor zover ik kan beschrijven was er een zeer bittere oorlog.
Van beide kanten bleef geen enkele krijger over.
Toen kwamen beide Chhatradharis en sloten zich (samen) aan.
Er brak een zeer zware oorlog uit en de hele aarde begon te beven. 24.
De twee koningen botsten (met elkaar) en er vloog zoveel stof op,
Zoals de rook van een brand tijdens een overstroming.