Een gehoorzame discipel van de Ware Guru is vrij van lust, woede, hebzucht, gehechtheid, arrogantie, lage gewoonten en andere ondeugden.
Hij is vrij van de invloed van mammon (maya), gebondenheid, schuim, vijandigheid, hindernissen en steun. Hij is onverwoestbaar van vorm.
Hij is vrij van alle verlangens naar smaak, niet afhankelijk van de genade van goden en godinnen, transcendentaal van vorm, onafhankelijk van alle steun, vrij van ondeugden en twijfels, onbevreesd en stabiel van geest.
Hij is een kluizenaar voorbij rituelen en rituelen, onvermoeibaar, niet verlangend naar alle wereldse smaken en geneugten, voorbij alle wereldse geschillen en onenigheid, niet besmeurd door de mammon (maya), die in een staat van trance en rustige gedachten leeft. (168)