Het hoofd bevindt zich boven alle andere delen van het lichaam, maar wordt niet aanbeden. Ook worden ogen die ver in de verte zien niet aanbeden.
Oren worden niet aanbeden vanwege hun gehoorvermogen, noch neusgaten vanwege hun vermogen om te ruiken en te ademen.
De mond die van alle smaken geniet en spraak maakt, wordt niet aanbeden, noch de handen die alle andere ledematen voeden.
Voeten die niet kunnen zien, praten, horen, ruiken of proeven, worden aanbeden vanwege hun eigenschappen van nederigheid. (289)