Mijn wonderbaarlijke geliefde meester is zoon van zonen, broer van broers, geliefde echtgenoot van vrouw en moeder van kind.
Hij is kinderlijk met kinderen, jongeman onder de jeugd, oud met ouderen.
Hij is prachtig om naar te kijken, luisteraar van de muzikale melodieën, liefhebber van geuren en uiter van zoete woorden met zijn tong.
Als een uitvoerder van vreemde handelingen bestaat de geliefde meester in een vreemde vorm, zowel in als buiten de lichamen. Hij is aanwezig in alle lichamen en toch gescheiden van alles. (579)