Salok, vijfde Mehl:
Verleen alstublieft uw genade, o barmhartige Heer; vergeef me alsjeblieft.
Voor eeuwig en altijd zing ik Uw Naam; Ik val aan de voeten van de Ware Goeroe.
Blijf alsjeblieft in mijn geest en lichaam, en maak een einde aan mijn lijden.
Geef mij alstublieft uw hand en red mij, zodat angst mij niet zal kwellen.
Mag ik dag en nacht Uw glorieuze lof zingen; geef mij alstublieft deze taak.
Door met de nederige heiligen om te gaan, wordt de ziekte van egoïsme uitgeroeid.
De Ene Heer en Meester is alomtegenwoordig en doordringt overal.
Door de genade van de Guru heb ik werkelijk het Ware van het Ware gevonden.
Zegen mij alstublieft met Uw vriendelijkheid, o vriendelijke Heer, en zegen mij met Uw lof.
Terwijl ik naar het gezegende visioen van Uw Darshan kijk, ben ik in extase; dit is waar Nanak van houdt. ||1||
De emoties in Ramkali zijn als die van een wijze leraar die zijn leerling disciplineert. De leerling is zich bewust van de pijn van het leren, maar is zich nog steeds bewust van het feit dat dit uiteindelijk het beste is. Op deze manier brengt Ramkali de verandering over van alles waarmee we vertrouwd zijn, naar iets waarvan we zeker weten dat het beter zal zijn.