Maajh, Vierde Mehl:
Via de Guru heb ik de spirituele wijsheid van de Heer verkregen. Ik heb de Sublieme Essentie van de Heer verkregen.
Mijn geest is doordrenkt met de Liefde van de Heer; Ik drink in de Sublieme Essentie van de Heer.
Met mijn mond zing ik de Naam van de Heer, Har, Har; mijn geest loopt over van de Sublieme Essentie van de Heer. ||1||
Kom, o heiligen, en leid mij naar de omhelzing van mijn Heer.
Reciteer mij de preek van mijn geliefde.
Ik wijd mijn gedachten aan die heiligen van de Heer, die het Woord van de Bani van de Goeroe met hun mond zingen. ||2||
Door groot geluk heeft de Heer mij ertoe gebracht Zijn Heilige te ontmoeten.
De Perfecte Goeroe heeft de Sublieme Essentie van de Heer in mijn mond gestopt.
De ongelukkigen vinden de Ware Goeroe niet; de eigenzinnige manmukhs ondergaan voortdurend reïncarnatie via de baarmoeder. ||3||
God, de Barmhartige, heeft Zelf Zijn Barmhartigheid geschonken.
Hij heeft de giftige vervuiling van het egoïsme volledig verwijderd.
O Nanak, in de winkels van de stad van het menselijk lichaam kopen de Gurmukhs de koopwaar van de Naam van de Heer. ||4||5||
Raag Majh werd gecomponeerd door de Vijfde Sikh Guru (Shri Guru Arjun Dev ji). De oorsprong van de Raag ligt in de Punjabi-volksmuziek en de essentie ervan is geïnspireerd door de 'Ausische' tradities van de Majha-regio; het spel van wachten en verlangen naar de terugkeer van een geliefde. De gevoelens die deze Raag oproept, worden vaak vergeleken met die van een moeder die wacht op de terugkeer van haar kind na een lange periode van scheiding. Ze heeft verwachting en hoop op de terugkeer van het kind, hoewel ze zich tegelijkertijd pijnlijk bewust is van de onzekerheid van hun terugkeer naar huis. Deze Raag brengt de emotie van extreme liefde tot leven en dit wordt benadrukt door het verdriet en de angst van de scheiding.