Nanak vraagt om het meest sublieme, de Naam, de Naam van God. ||1||
Door Gods genadige blik is er grote vrede.
Zeldzaam zijn degenen die het sap van de essentie van de Heer verkrijgen.
Wie het proeft, is tevreden.
Het zijn vervulde en gerealiseerde wezens – ze aarzelen niet.
Ze zijn totaal vervuld van de zoete verrukking van Zijn Liefde.
Spirituele verrukking welt vanbinnen op, in de Saadh Sangat, het Gezelschap van de Heiligen.
Ze gaan naar Zijn Heiligdom en laten alle anderen in de steek.
Diep van binnen zijn ze verlicht en concentreren ze zich dag en nacht op Hem.
Het meest gelukkig zijn degenen die op God mediteren.
O Nanak, afgestemd op de Naam, ze hebben vrede. ||2||
De wensen van de dienaar van de Heer worden vervuld.
Van de Ware Guru worden de zuivere leringen verkregen.
Aan Zijn nederige dienaar heeft God Zijn vriendelijkheid getoond.
Hij heeft Zijn dienaar eeuwig gelukkig gemaakt.
De banden van Zijn nederige dienaar worden doorgesneden en hij wordt bevrijd.
De pijn van geboorte en dood, en twijfel zijn verdwenen.
Verlangens worden bevredigd, en geloof wordt volledig beloond,
voor altijd doordrenkt met Zijn allesdoordringende vrede.
Hij is van Hem – hij versmelt in eenheid met Hem.