Hijzelf kent Zijn eigen toestand en toestand.
Hij is de Schepper Heer van Zijn wereld.
Niemand anders begrijpt Hem, ook al proberen ze het misschien wel.
Het geschapene kan de omvang van de Schepper niet kennen.
O Nanak, alles wat Hem behaagt, zal gebeuren. ||7||
Terwijl ik naar Zijn wonderbaarlijke wonder kijk, ben ik verbaasd en verbaasd!
Wie dit beseft, gaat deze staat van vreugde proeven.
Gods nederige dienaren blijven verzonken in Zijn Liefde.
Volgens de leringen van de goeroe ontvangen zij de vier kardinale zegeningen.
Zij zijn de gevers, de verdrijvers van pijn.
In hun gezelschap wordt de wereld gered.
De slaaf van de dienaar van de Heer is zo gezegend.
In het gezelschap van Zijn dienaar raakt men gehecht aan de Liefde van de Ene.
Zijn nederige dienaar zingt de Kirtan, de liederen van de glorie van God.
Door de genade van de Guru, O Nanak, ontvangt hij de vruchten van zijn beloningen. ||8||16||
Salok:
Waar in het begin, waar door de eeuwen heen,
Echt hier en nu. O Nanak, Hij zal voor altijd waar zijn. ||1||
Ashtapadee:
Zijn Lotusvoeten zijn Waar, en Waar zijn degenen die Ze aanraken.