De lasteraar van de Heilige kent geen vrede.
De lasteraar van de Heilige heeft geen rustplaats.
O Nanak, als het de Sint behaagt, dan kan zelfs zo iemand in eenheid opgaan. ||4||
De lasteraar van de Sint gaat halverwege kapot.
De lasteraar van de Sint kan zijn taken niet volbrengen.
De lasteraar van de Heilige dwaalt rond in de wildernis.
De lasteraar van de heilige wordt tot troosteloosheid misleid.
De lasteraar van de heilige is leeg van binnen,
als het lijk van een dode man, zonder levensadem.
De lasteraar van de Sint heeft helemaal geen erfgoed.
Hij moet zelf eten wat hij heeft geplant.
De lasteraar van de Sint kan door niemand anders worden gered.
O Nanak, als het de Sint behaagt, kan zelfs hij gered worden. ||5||
De lasteraar van de Sint huilt zo
als een vis, uit het water, kronkelend van de pijn.
De lasteraar van de heilige heeft honger en is nooit tevreden,
zoals vuur niet bevredigd wordt door brandstof.
De lasteraar van de heilige wordt helemaal alleen gelaten,
zoals de ellendige onvruchtbare sesamstengel die in het veld is achtergelaten.
De lasteraar van de Heilige is verstoken van geloof.