De lasteraar van de Sint liegt voortdurend.
Het lot van de lasteraar is vanaf het allereerste begin der tijden voorbestemd.
O Nanak, alles wat Gods Wil behaagt, zal gebeuren. ||6||
De lasteraar van de Sint raakt misvormd.
De lasteraar van de Sint krijgt zijn straf in het Hof van de Heer.
De lasteraar van de Heilige verkeert voor eeuwig in het ongewisse.
Hij sterft niet, maar hij leeft ook niet.
De hoop van de lasteraar van de heilige wordt niet vervuld.
De lasteraar van de Sint vertrekt teleurgesteld.
Door de heilige te belasteren, bereikt niemand voldoening.
Zoals het de Heer behaagt, zo worden mensen ook;
niemand kan zijn daden uit het verleden uitwissen.
O Nanak, alleen de Ware Heer weet alles. ||7||
Alle harten zijn van Hem; Hij is de Schepper.
Voor eeuwig en altijd buig ik eerbiedig voor Hem.
Prijs God, dag en nacht.
Mediteer op Hem met elke ademhaling en elke hap voedsel.
Alles gebeurt zoals Hij wil.
Zoals Hij wil, zo worden mensen.
Hijzelf is het stuk, en Hijzelf is de acteur.